“Ik had al mijn post weggegooid, dus ik had niks om in die map te doen”

Marcel* was een jonge vader, gelukkig getrouwd en woonachtig in een mooi appartement in een buitenwijk van een middelgrote stad. Hij ging elke dag naar zijn werk en verdiende daarmee een goed belegde boterham. Op een dag kreeg hij van zijn leidinggevende te horen dat hij boventallig was verklaard.

Het bedrijf moest inkrimpen en Marcel was één van de werknemers wiens baan zou verdwijnen. Het maakte hem boos en onzeker. Hij had al zijn hele werkzame leven met veel plezier en gedrevenheid bij het bedrijf gewerkt en had altijd positieve beoordelingen ontvangen. Zijn vrouw, familie en vrienden waren altijd trots op hem geweest. Uit schaamte besloot hij niet te vertellen dat hij geen baan meer had. Zijn verwachting was dat het toch tijdelijk zou zijn.

Net als vroeger ging hij elke dag om 8 uur de deur uit. In zijn nette werkkleding verbleef hij tot sluitingstijd in de bibliotheek in de stad om te solliciteren, tijdschriften te lezen en later films te kijken op zijn laptop. Als hij thuiskwam leegde hij het postvak en vertelde hij verhalen over zijn werk, alsof hij er nog dagelijks rondliep. Maanden werden jaren. Met de post kwamen incassobrieven die in de vuilnisbak in de hal van het appartementencomplex belandden. Hij kon het toch niet betalen. Toen de elektriciteit werd afgesloten beweerde hij dat er iets fout moest zijn gegaan met de betaling. Pas toen hij met zijn vrouw en zoontje uit huis dreigde te worden gezet, kon hij de leugen, die 4 jaren had geduurd, onmogelijk nog volhouden. Zijn vrouw was woest, vroeg meteen een scheiding aan en verdween met hun zoontje naar zijn schoonouders.

De hulpmachine kwam langzaam op gang. Voordat hij in aanmerking wilde komen voor schuldhulpverlening, moest hij eerst zijn administratie op orde hebben. Het aanbod om daarbij ondersteund te worden door een vrijwilliger greep hij met beide handen aan. Dezelfde week nog kon hij kennis maken met de kordate vrijwilliger. Doordat hij geen eigen huis meer had, spraken ze af in de bibliotheek waar hij jaren had doorgebracht. Hoe hij zijn administratie in een klapper moest doen, dat hoefde de vrijwilliger hem niet te vertellen. Dat wist hij zelf ook wel. Hij had alleen niets om in die klapper te doen. Alles was weg. Hij had zelfs geen postvak meer. De vrijwilliger hielp om de benodigde papieren op te vragen, om overzicht en inzicht te creëren.

De opluchting voelde Marcel toen hij onder bewind kwam te staan. Er viel een last van hem af. Hij kon een bijstandsuitkering aanvragen. Maatschappelijk werk hielp met een omgangsregeling voor zijn zoon. Daar deed hij het tenslotte allemaal voor. Er moest nog veel gebeuren, voordat hij zijn leven weer op de rit zou hebben, maar hij had er weer vertrouwen in dat het allemaal goed kon komen.

Afbeelding van Free-Photos via Pixabay

Jaren geleden interviewde Jansje 12 personen die ondersteuning hadden gehad van een vrijwilliger, om hun administratie en financiën te ordenen, overzicht en inzicht te creëren en (grotere) financiële problemen te voorkomen. Van de interviews zijn 12 verhalen gemaakt. In de Week tegen Armoede,  van 11 t/m 17 oktober 2021, komt elke dag een verhaal online. Hiermee krijgen armoede en financiële problematiek een gezicht. Hopelijk draagt dat bij aan meer begrip en bewustwording. Het kan tenslotte iedereen overkomen.

*Namen zijn gefingeerd.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.